Category Archives: ATAX

Interview met een talibé

Van onze projectverantwoordelijke in ATAX kregen we volgende tekst doorgestuurd. Het geeft een interview weer dat hij had met één van de talibés die veel in het project komt en er ook meehelpt. Omwille van de privacy hebben we zijn naam weggelaten. De foto’s zijn van anonieme talibés.
Mijn naam is H.  Ik ben geboren in Guinée Bissau in 1992.  Mijn vader gaf Portugese les, mijn moeder was huisvrouw.  Ik heb drie broers en 2 zussen.  Toen ik 7 jaar was, ben ik naar school beginnen gaan, in het openbaar onderwijs.  Ik hield van muziek en dansen, vooral HipHop.  Mijn lievelingsgroep was Balaberos.  Samen met hele familie, woonden wij in de compound van mijn grootvader, en we waren gelukkig.
Toen ik 10 jaar was, heb ik besloten dat ik de Koran wilde leren.  Eén van mijn ooms heeft mij meegenomen naar Saint Louis, waar ik mijn studies begon in een daara.  Na aankomst daar heb ik 3 dagen gehuild, omdat ik terug naar huis wilde, en niet goed begrepen had wat het inhield om de Koran te leren.  Maar enkele leeftijdsgenoten hebben mij aangemoedigd, en mij gezegd dat ik wel vlug zou wennen aan mijn nieuwe leven.
Al snel maakte ik kennis met een mevrouw die mij onder haar hoede nam en voor mij zorgde alsof ik haar zoon was.  Elke ochtend verliet ik de daara om bij haar te gaan ontbijten, ze verzorgde ook de andere maaltijden.  Dat deed ze niet alleen voor mij, maar ook voor 15 andere talibés. (ik heb trouwens recent vernomen dat deze mevrouw overleden is, en ik probeer nu naar Saint Louis te reizen, om haar familie te condoleren).  Door de relatie met deze mevrouw miste ik mijn moeder minder, ze zorgde ook dat ik altijd kleren en schoenen had.  Soms kon ik bij haar ook tv kijken.  Op de dag dat ik de Koran volledig kende, heeft ze een feest gegeven voor mij, en een schaap laten slachten, zoals iedere ouder zou doen voor een eigen zoon.
Een talibé had meestal meerdere “onthaalgezinnen” : eentje voor het ontbijt, eentje om de kleren te wassen, eentje voor het middagmaal ..  Ik was een van de slimste leerlingen in de daara.  Een doorsnee dag in de daara zag er als volgt uit :
  • om 5u ‘s ochtends opstaan om te bidden en de Koran te leren, tot 7u
  • gaan bedelen
  • om 9u de Koranlessen hervatten, tot 14u

Op dat ogenblik werd er niet gebedeld voor eten, omdat ieder kind wel ergens terecht kon in één of ander gezin voor eten.  Heel wat gezinnen voorzien een extra kom rijst, voor onverwachte reizigers of voor een talibé, dat behoort tot de lokale gewoontes.

  • van 15u tot 17u hervatten we de Koranlessen
  • na de lessen waren we vrij om in het Lyceum te gaan voetballen.  Wat ik vooral heel leuk vond, was dat onze marabout soms met ons mee ging voetballen, vooral in periodes dat het koud was (nvdr : de temperatuur daalt nooit onder de 25 °c).
  • om 19u gingen we ons wassen in de daara, daarna gingen we naar onze onthaalgezinnen voor het avondeten
  • om 20u verzamelden we terug in de daara, maar omdat daar geen stroom is, zochten we plekken in de stad waar we van de openbare verlichting gebruik konden maken om onder het toezicht van de marabout verder de Koran te bestuderen.   Kinderen die in slaap vielen, werden met water overgoten, zodat ze verder konden leren tot middernacht.

Van woensdagavond tot donderdagavond hadden we geen Koranlessen.  Van die dag maakten we gebruik om onze kleren te wassen en te spelen.  Vrijdags gingen we overal onze Koranverzen opzeggen (nvdr : men gaf hen dan een centje).

Ik heb zeer veel geleerd in de daara.  Vooral : hoe ik meester kon blijven over mezelf, want vaak regeert het recht van de sterkste.  Ik heb altijd oplossingen gevonden om te ontsnappen aan de druk van jongens die sterker waren dan ikzelf.  Als de marabout getuige was van gevechten of verwondingen, kregen de betrokkenen 10 stokslagen, maar ondanks die regel werd er toch nog gevochten.  Saint Louis is een religieus oord, waar talibés zich het best voelen, zelfs voorbijgangers komen tussen om gevechten te beëindigen.
In 2007, vijf jaar na mijn start in de daara van Saint Louis, heeft een vriend van de marabout me meegenomen naar een nieuwe daara in Dakar.  Mijn leven is op slag veranderd.  Het leven bestond opeens voornamelijk uit bedelen, er werd nog weinig gestudeerd.  Elke ochtend om 6 uur nam ik de trein, om 25 km verder te gaan bedelen.  Het treintraject kostte 250 cfa (nvdr : 1 euro is 650 cfa).  Iedere grotere talibé krijgt een kleinere talibé onder zijn hoede, samen moeten ze ervoor zorgen dat ze het dagelijks quotum bij elkaar bedelen om aan de marabout te geven.  Het dagelijks quotum was 300 cfa + 500 gr rijst + 15 suikerklontjes.  Als we niet genoeg rijst of suiker hadden, werd een schuld van 250 cfa genoteerd voor rijst, 50 cfa voor suiker.  Niemand van ons slaagde erin elke dag het quotum bij elkaar te bedelen.  Wie verschillende dagen na elkaar in gebreke bleef, werd geslagen.  Op een nacht was ik met twee kleinere jongens in Médina (nvdr : een buurt in Dakar) en vonden we een biljet van 10.000 cfa.  Omdat het recht van de sterkste heerst, heb ik elk van de twee kleinere jongens 1.000 cfa en een paar klappen gegeven, zodat ze zeker zouden zwijgen.  In de twee jaar dat ik in Dakar was, belde mijn vader regelmatig naar de marabout, maar die zei altijd dat ik niet aanwezig was, zelfs als ik naast hem stond, maar ik dierf niet protesteren.  De 8.000 cfa die ik zelf had gehouden, heb ik gebruikt om terug naar Saint Louis te vluchten.  De dame die zich vroeger over mij ontfermde, heeft me met open armen terug ontvangen.  Ze liet mij naar mijn moeder bellen, het was 7 jaar geleden dat ik haar stem gehoord had.  Op dat ogenblik wist ik niet dat het ook de laatste keer zou zijn, want mijn moeder is een week later gestorven.  Ik begreep dat het een goede zaak was dat ik gevlucht was, anders hadden we elkaar nooit meer gesproken.  Nadien heeft men mij verteld dat mijn moeder in haar laatste dagen onophoudelijk naar mij gevraagd heeft.  (Het interview is hier onderbroken, omdat H. zodanig aan het huilen was, dat de interviewer besloten heeft hem gerust te laten.  Het was voor het eerst dat de jongen al deze verdrongen emoties terug boven haalde, en ‘s anderendaags heeft hij zelf gevraagd om het interview verder te zetten.)
Hervatting van het interview, de dag nadien :
Na het gesprek met mijn moeder ben ik drie dagen flink ziek geweest.  En kort daarna is zij dus gestorven.  De marabout was op de hoogte van haar dood, maar zei me niets, omdat hij bang was dat ik het zou begeven.  Na enkele dagen heeft hij mij toch op de hoogte gebracht.  Samen met de andere jongens in de daara, hebben we een bidstonde georganiseerd ter nagedachtenis.  Ik ben voor een week terug gereisd naar Guinée Bissau.  De mensen daar herkenden me niet meer.  Toen ik naar het graf van mijn moeder vroeg, beseften ze wie ik was, enkelen van hen braken in tranen uit.  Ik bracht de nacht door bij haar graf.
In die periode vernam ik ook dat de man die beweerde mijn vader te zijn, eigenlijk mijn oom was.  Mijn echte vader had een heel zwakke gezondheid, hij kon niet lopen, en eigenlijk was er niemand om zich over hem te ontfermen.  Dus bleef ik in Guinée Bissau om bij hem te zijn.  Hij stierf op 20 augustus 2009, na een maand keerde ik terug naar Saint Louis.  Sindsdien zwerf ik heen en weer tussen mijn geboorteland en Senegal, omdat ik nog kleinere broertjes en zusjes heb voor wie ik mee wil zorgen.  Op een keer heb ik gevochten met mijn oom, omdat hij mijn broertjes mishandelde.  Hij heeft me verwond met een mes om me te verjagen.
Ik doe allerlei kleine jobjes in Senegal om een beetje geld te verdienen, ik help in de bouw, ik help bij het onderhoud van tuinen etc.  Sinds 2012 verblijf ik niet meer in de daara, maar ik ben wel altijd omringd door talibés of ex-talibés.  Veel van mijn tijd breng ik door in Atax : ik leer er naaien, Frans en Engels, en sinds enige tijd is het mijn taak om contact te leggen met daaras en te zien welke de noden zijn waarmee Atax kan helpen.  Ik mag zelfs deelnemen aan de teamvergaderingen van Atax, om er de stem van de talibés te vertegenwoordigen.
Er is nog veel werk aan de winkel om het hele bedelsysteem van de talibés af te schaffen, en ik denk dat Senegal en Guinée veel moeten doen voor de kinderen.   Ik maak Rap muziek, en al mijn liedjes hebben dit probleem als onderwerp.

‘t is weer voorbij die mooie zomer…

Terwijl wij alleen nog maar kunnen dromen van de voorbije (warme) zomer kennen ze in Dakar nog steeds temperaturen van 30°C. Toch loopt ook daar de schoolvakantie op zijn einde en bereidt men zich in ATAX al voor op het nieuwe schooljaar.

De voorbije schoolvakantie werd goed gevuld want aangezien het kleuterklasje dicht was hadden Mariama en Fatou de handen vrij. Het klaslokaal werd eens goed onder handen genomen en overal verschenen foto’s van het voorbije werkjaar. Er werd van start gegaan met de uitbouw van een nieuwe bibliotheek. Daarna legden onze dames zich volop toe op de alfabetiseringslessen voor de talibés (bedelkinderen).

Ondertussen gingen de mannen aan de slag op het binnenplein: de konijnen verhuisden naar hun nieuwe hokken en het rustlokaal van de talibés werd helemaal opnieuw geschilderd (wat tevens dienst deed als workshop voor de oudere kinderen) en de tuin werd voorzien van nieuwe beplanting.
De verzorging van deze nieuwe tuin zal ook dienst doen als workshop voor enkele geïnteresseerde kinderen. De andere workshops (kleermaker, bouwvakker, houtbewerker) bleven ook verder lopen en werden ingeschakeld om de leefomstandigheden in een daara (verblijfplaats van de talibés) te verbeteren.

Er was ook aandacht voor de buitenwereld. Yoff is een vissersdorp aan de Atlantische kust,  de problemen met ‘plastic soup’ zijn dus niet onbekend. Samen met enkele andere lokale verenigingen zet ATAX zich nu regelmatig in om samen met de kinderen te helpen om het strand vrij te maken van plastic. Deze opruimingsacties zijn een aanzet voor de milieu-educatie van de Senegalese jeugd waar ook onze ploeg in ATAX wil aan mee werken.

Een goed gevulde zomer, waarbij ook al plannen werden gemaakt voor de nabije toekomst. Maar daar vertellen we jullie graag later wat meer over.

Op projectbezoek in Senegal

Het wordt zo stilaan een goede gewoonte: tijdens de Paasvakantie pakken de leden van de Raad van Bestuur die zich kunnen vrijmaken hun valiezen en nemen ze het vliegtuig naar Senegal om poolshoogte te gaan nemen in de projecten die ondersteund worden door Afractie. En zoals steeds wordt daar van geprofiteerd om weer zo veel mogelijk materiaal mee te nemen dat van pas kan komen voor de straatkinderen. Ditmaal was het de beurt aan Nina, Ronald en Manfred om de grote oversteek te wagen, vergezeld van Agnes (een van de leerkrachten die vorig jaar mee was op inleefreis). Voorzitter Bart volgde op een latere datum. Voor de eerste maal kwamen we met al onze bagage toe op de nieuwe luchthaven van Dakar, die een heel eind van de stad gelegen is. Een verschil met de oude luchthaven die dicht bij ons project lag. Gelukkig stond Daouda ons op te wachten met gepast vervoer en konden we alles veilig afzetten in ATAX, het opvanghuis in Yoff.

Tijdens de eerste week van het bezoek was het nog schoolvakantie in Senegal. Dat wordt in ATAX gerespecteerd en dus was het tamelijk rustig in het project. De kinderen van de kleuterklas hadden vrijaf gekregen en Mariama was op familiebezoek. De konijnen profiteerden van die rust en sprongen overal in het rond (ondertussen driftig zorgend voor nageslacht). De nieuwe kuikens worden goed verzorgd door Top en groeien als kool. We maakten kennis met enkele nieuwe teamleden: kok Clédor en kleermaker Ousmane die het nieuwe naaiatelier permanent bezet en daar continu in de weer is. Samen met Nina maakte hij al plannen voor enkele nieuwe artikelen voor onze verkoopstanden op de komende zomerfestivals. Daar zal je naast de al bekende kookschortjes ook kinderkleedjes en ovenwanten vinden (en in de toekomst ook nog hoesjes voor iPads, smartphones en kussenslopen). Allemaal in de bekende kleurrijke Afrikaanse stofjes en mee vervaardigd door de 2 jonge talibés die in opleiding zijn.

Op dinsdag hadden we onze eerste gesprekken met de afzonderlijke teamleden. In de namiddag begeleidde Keita ons naar een schoenenmarkt waar hij voetbalschoenen kocht voor een talibé die is ingeschreven in de voetbalacademie van Dakar Sacré-Coeur (een samenwerking met Olympique de Lyon). Die zijn we daarna ook gaan bezoeken, waarna we wandelden tot bij Keita thuis om kennis te maken met zijn familie. ’s Avonds gingen we nog iets drinken in het Via-Via reiscafé waar we kennis maakten met de ploeg van Student Kick-Off Gent die tijdens hun bezoek aan Senegal ook onze projecten kwamen bekijken.

Op woensdag was het Onafhankelijksdag, dus was het project weer gesloten. Keita nam ons mee naar de defilé in Dakar (een kleurrijke bedoening) en nodigde ons daarna uit om te eten bij hem thuis. Op donderdag kwam de ploeg van SKO op bezoek in ATAX. Na wat uitleg door Manfred en Keita kregen ze een rondleiding en mochten ze mee de attesten uitreiken aan de talibés die de workshop ‘tegels leggen’ hadden gevolgd. Samen met Keita bezochten ze ook de daara in Grand Yoff zodat ze zich een idee konden vormen van het leven van de talibés. In de namiddag bezochten we met hen nog de vissers op het strand en de markt. ’s Avonds werd er nagekaart en geëvalueerd. Al bij al waren ze zeer enthousiast over zowel Djar Djal (dat ze eerder bezochten) als ATAX.

Zo werd het al snel vrijdag, wat het einde betekende van ons bezoek aan ATAX. Met Mariama (die ondertussen terug in Dakar was) en Fatou werd nog de werking van de kleuterklas geëvalueerd en toen was het tijd om opnieuw in te pakken. Terwijl Ronald en Manfred onverwacht naar België moesten terugkeren, vertrokken Nina en Agnes, onder de kundige begeleiding van Top, naar het zuiden voor een verkenning van de Casamance. Via Ziguinchor reisden zij door naar Mbour en Thiès, waar ze rendez-vous hadden met Bart om een bezoek te brengen aan Djar Djal, ons andere opvangproject voor bedelkinderen. De jonge leeftijd van de kinderen die naar Djar Djal komen voor ontbijt en spel was opnieuw een schok. Het is niet te begrijpen hoe ouders hun kinderen op zo jonge leeftijd aan dit leven kunnen blootstellen. Nina en Bart bezochten in Thiès ook het project van Bineta waar opvang gebeurt van kinderen van psychiatrische patienten. Ze waren sterk onder de indruk. Dit is echt een Senegalese 4depijler, van onderuit gestart en volledig ondersteund met Senegalese fondsen. Een voorbeeld! Van nu af aan zullen alle kinderkleren die we verzamelen en die niet gepast zijn voor de talibés aan Bineta bezorgd worden.

Voor terug af te reizen naar huis had Nina in ATAX nog een groot groepsgesprek. Heel wat ideeën borrelden op en er werden nieuwe afspraken gemaakt rond de rapportering en de communicatie, zowel intern als tussen Senegal en België. De neuzen staan terug in dezelfde richting en, zoals gewoonlijk na ons bezoek, is de motivatie zowel in het project als bij ons opnieuw gegroeid. Het is duidelijk dat de opleidingen en het onderwijs dat de talibés kunnen genieten in onze projecten heel belangrijk zijn om onze kinderen een toekomst te kunnen bieden. We blijven dan ook onze schouders zetten onder ‘Un talibé, un métier’ (of: ‘Elke talibé zijn beroep’) waarbij de kinderen in contact worden gebracht met verschillende beroepen. Dit project verder laten groeien en trachten om met de resultaten van de workshops inkomsten te verzamelen, zijn de duurzame weg vooruit voor onze Senegalese projecten.