Categorie archief: Le Coquetier Social

Flexibiliteit: een noodzaak bij ontwikkelingshulp

Twee jaar geleden ging ‘Le Coquetier Social (LCS)’ van start. Onze ondervoorzitster Nina, die dit project van heel dichtbij opvolgt, mijmert over verleden en toekomst:

Hoe begin ik eraan om ons project nog te beschrijven ? Het is danig geëvolueerd sinds de start twee jaar geleden, met heel veel veranderingen op heel korte tijd.  Dat komt voornamelijk omdat de omstandigheden ons steeds dwingen om kort op de bal te spelen.   We begonnen aan dit avontuur met veel goede moed, een excellente voorbereiding en (uiteindelijk) weinig kennis van de context waarin we zouden terechtkomen.  Hoewel we een zeer goed bestudeerd businessplan maakten voor de opstart, waren er dusdanig veel onbekende factoren die ons pad kruisten dat creatief en flexibel omgaan met de realiteit noodzakelijk bleek.

Het uitgangspunt was steeds: we doen een serieuze investering die zowel opleidingsmogelijkheden creëert voor adolescente talibés als ons toelaat om inkomsten te vergaren in Senegal zelf om zo de projecten ter plaatse te ondersteunen. Ze kunnen immers niet altijd afhankelijk blijven van financiën uit België, en daarom was een gewaagde sprong nodig. Een sociaal landbouwproject leek een evidente keuze.

In Dakar is er weinig oppervlakte en die is duur, dus we moesten uitwijken naar het platteland. Op een stuk grond dat ons ter beschikking gesteld werd, bouwden we een eenvoudige woonst. Deze zou huisvesting bieden aan Top, die het project zou leiden, en aan enkele talibés die meer wilden dan enkel de workshops in Dakar.  De stagiairs zouden gedurende hun opleiding logeren in het project en er maximum 6 maanden al doende leren.  Ook in Dakar leerde Top de kinderen al kippen kweken, en degenen die interesse hadden zouden de materie in de praktijk volledig kunnen onder de knie krijgen. Kippen kweken dus, dat gingen we doen. En misschien nog wat landbouw, want er was nog ruimte over en de twee gaan goed samen.   Het was de bedoeling zes stallen te zetten, drie voor vleeskippen en drie voor legkippen.

Twee jaar later kijken we terug op de obstakels die we op onze weg vonden (tot nu toe …).  En die vergen veel creativiteit om er een succesverhaal van te maken (maar we zijn goed op weg).

Het eerste obstakel, waar we ons niet aan verwacht hadden, is de beschikbaarheid van de doelgroep die we wilden helpen. In realiteit bleek het heel moeilijk om de talibés vrij te krijgen van hun marabout.  Iedere jongen die ingezet kan worden om te bedelen is een kapitaal, en dat geven ze niet graag zo maar af.  De jongens schuimen de straten af op zoek naar de dagelijkse som die de marabout van hen eist.  Ze worden zeer streetwise en creatief, maar een opleiding die hun voorbereidt op de toekomst krijgen ze niet.  Vroeg of laat moet de marabout de jongens loslaten.  Maar dan is het hun eerste prioriteit om op zoek te gaan naar hun familie. Daarvoor moet geld verdiend worden want meestal woont de familie in Guinée, een armer buurland, en de reis is niet gratis.  Dus gaan de jongens aan de slag daar waar weinig kennis, maar vooral veel spierkracht gebruikt kan worden.  Meestal werken ze op bouwwerven.  Gewiekste mannen ronselen hen om stenen, zand en water aan te dragen, of om vrachtwagens te lossen die cementzakken van 50 kg leveren. Het geld wordt zo goed mogelijk gespaard om de reis naar ‘huis’ te bekostigen. De jongens slapen op de grond in kraakpanden, zonder water, elektriciteit, ..  en werken hard overdag.  De eerste centen gaan meestal naar een gsm. Zo kunnen ze terug in contact komen met de familie die ze vele jaren geleden verlieten, geronseld door een gewiekste marabout die een mooi verhaal schilderde over de kansen van de jongens in het hiernamaals want hij zal ze de koran leren.  Welk lot hun kinderen echt te wachten staat weten veel ouders niet.

Ook de mensen die de talibés aanwerven als dagloner, willen vaak hun graantje meepikken.  Wie ons al een tijdje volgt herinnert zich Omar, een zeer veelbelovende talibé, die gedurende drie maanden ‘vrijgelaten’ werd door zijn marabout.  Hij kwam bij ons in de leer, maar opeens had de marabout hem terug nodig en hij moest terug naar de man die zijn wettelijke voogd is.  Terug bedelen, maar vroeg of laat zou hij vrijkomen, want al te oud om nog efficiënt te zijn in het aalmoezen bedelen.  Uiteindelijk kwam Omar definitief vrij.  Hij wist dat er hier in Le Coquetier een plaats was voor hem, maar … wij geven kost en inwoning en zakgeld, en Omar dacht dat hij beter geld kon verdienen in Dakar.  Dan naar Guinée om de familie terug te vinden, en identiteitspapieren in orde te maken.  Omar heeft hard gewerkt in Dakar. Hij is al zes weken aan het wachten op het geld dat hij verdiend heeft.  De uitbuiting gaat verder: er is altijd wel een reden waarom hij het niet krijgt; en wat gaat hij doen?  Hij heeft niet de Senegalese nationaliteit en heeft geen enkele manier om druk te zetten op de man die hem heeft laten werken.  Hij kan niet naar de politie gaan.  Gewoon vriendelijk blijven en geduld hebben.  Ondertussen moet hij het weinige geld dat hij al had opdoen aan eten. Ik wil hem naar hier halen, zodat hij tenminste terug een bed heeft, drie maaltijden per dag, douche, toilet .. en de magere wedde die we kunnen betalen.  Maar Omar zegt dat zijn kans op het verdiende geld in Dakar verkeken is als hij er niet aanhoudend naar blijft vragen.  Uiteindelijk vraag ik om welke som het gaat.  50,000 cfa, zo’n 75 euro …   Het onrecht blijft maar duren.

Het tweede obstakel is de waterschaarste.  Er werd ons gezegd dat we een waterput konden graven. Er werd ons gezegd hoeveel die ongeveer zou kosten en hoe lang het zou duren om hem te graven.  Op 15 meter diepte zouden we water in overvloed kunnen vinden.  De realiteit was anders.  We zitten ondertussen op ruim 40 meter diepte, de kosten zijn het vijfvoudige van wat ons gezegd werd, en er is altijd wel iets. Gelukkig volstaat de huidige opbrengst van de put voor de kippen en het stukje landbouw dat we al aanlegden.  Op dit ogenblik worden er stenen gemaakt voor een omheining rond het domein.  Ik herinner me dat we vorige keer ezelkarren moesten inhuren om ergens water te gaan halen om de cement mee te maken. Dat behoort gelukkig tot het verleden.  Uit een put van 40 meter haal je geen water met een emmer.  We hebben een pomp, en zolang er elektriciteit is, hebben we dus water. Wie Senegal kent zal nu misschien eens goed lachen.  Tussen de stroompannes door is er water, geweldig!  (Ja, goed geteld.  Obstakel drie: elektriciteitspannes.)

Vierde obstakel:  o jee, durf ik het woord nog uitspreken? Jep.  Corona, Covid 19 ..  We gaan even verder op het onderwerp van de elektriciteit.  Obstakels zijn er om te overwinnen.  Manfred had het lumineus idee om ‘Students for Energy in Africa’ te contacteren.  Dat is een vzw die studenten helpt hun masterproef te doen in Afrika waar ze energieproblemen gaan oplossen.  En ja hoor: Thomas en Kristof begonnen een goed jaar geleden met frisse moed aan het ontwerpen van een windmolen.  In combinatie met een paar vrachtwagenbatterijen zou die ervoor zorgen dat stroompannes opgevangen werden zodat onze waterpomp en onze diepvriezer zouden blijven werken.  Een stroompanne had er namelijk voor gezorgd dat 150 diepgevroren, moeizaam gekweekte kippen weggegooid moesten worden.  Bloed, (veel) zweet en tranen, eindeloos rekenwerk, en onze ingenieurs in spé hadden een windmolen ontworpen.  En toen kwam de pandemie en werden we gerepatrieerd. Voor bijna 10.000 euro materiaal ligt te wachten tot de windmolen afgewerkt kan worden.  En hetzelfde vieze virusje zorgde ervoor dat we in België geen fondsen konden inzamelen.  Geen verkoopstandjes op festivals, geen tapploeg op de Student Kickoff, geen kwis, geen eetdagen, geen vakantieopvang van huisdieren …  Niks. Of toch wel, want we gaan flexibel om met obstakels: een digitale wijnproeverij, take away eetdagen, maar geef toe, het is niet hetzelfde en het resultaat was navenant.  We hopen dat Kristof en Thomas het zien zitten om hun uitvinding verder af te werken.  Eén van hen staat alvast te trappelen om terug een tijdje bij ons te komen meedraaien, en obstakel drie uit te zwaaien.

Nee het is nog niet gedaan. Obstakel vijf komt eraan. We waren voorbereid op een droog en heet klimaat aangezien we ons bevinden in subsahara gebied. Allemaal keurig rekening mee gehouden in het businessplan.  Ok, de waterput was een tegenvaller .. maar waar we ons NOOIT aan verwacht hadden: klimaatgrillen.  Overstromingen, onberijdbare wegen, ondergelopen velden, kippen die niet tot bij de klant geraken omdat de wegen veranderd zijn in modderpoelen of snel stromende rivieren…  Het moment waarop je je begint af te vragen of karma zich tegen je gekeerd heeft. En of je nog veerkracht genoeg hebt om het allemaal om te buigen in iets positiefs.  Of het nog zin heeft …

Maar het is een roeping. In je zwartste momenten overweeg je op te geven.  Maar dat lukt niet. Op één of andere manier blijft het lot van de straatjongens je pad kruisen. En uit het niets komen er lichtpunten.  Want ja, vergis je niet: Le Coquetier Social is heel erg ‘alive and kicking’! Begin dit jaar haalden we een zonnetje in huis: Ablaye, de jongen die er geen twijfel over laat bestaan dat ons werk hier van kapitaal belang is.  Ik kijk elke dag met verbazing naar het potentieel dat er in die jongen zit.  De intelligentie, de wilskracht, de leergierigheid, het respect en de dankbaarheid… Dit is waarom we het doen.  Wacht tot Omar terug hier is. Die twee gaan samen een wereld in beweging zetten.  Nog zo’n jongen die eindeloos respect heeft en alle kansen van de wereld verdient. Hun toekomst start hier.  En zij zullen ervoor zorgen dat er kansen worden gecreëerd voor vele andere jongens.  Het zullen niet allemaal modelleerlingen zijn, maar ze verdienen allemaal een kans.  En soms zitten er diamanten tussen.  Ik maak me sterk dat het jongens zijn zoals Omar en Ablaye die op langere termijn het project gaan overnemen waardoor wij, buitenlanders en buitenstaanders, overbodig worden.  Het project dat beoogde kippen te kweken, en nu voornamelijk groenten kweekt, zal misschien een nog andere wending krijgen.  Het kapitaal zal vroeg of laat integraal uit Senegal komen maar wij moeten ze in gang zetten, en de rest zal volgen.

Wil je helpen om kansen te creëren voor jongeren?  Een extra talibé huisvesten kost 150 euro per maand.  Toekomst in eigen land, daar hebben ze recht op.  Wij hebben allemaal een opleiding gehad, gewoon omdat we in Europa geboren en getogen zijn.  Dat is niet onze eigen verdienste, iemand heeft ervoor gezorgd dat die mogelijkheid er was. We kunnen ervoor zorgen dat ook anderen kansen krijgen op een waardige en zelfstandige toekomst, zonder uitbuiting. 

Start van het landbouwavontuur

In Ndieguene is de omschakeling van kippenkweek naar groententeelt volop van start gegaan.  Het regenseizoen maakt immers zaaien en planten mogelijk, maar is niet geschikt voor het opkweken van kuikens (zoals we vorig jaar hebben geleerd).  Top richt nu dus zijn volledige aandacht op het verwerven van landbouwkennis.  De buren geven goede raad en er wordt heel wat gediscuteerd over wat de beste teelt zou zijn: Wat is arbeidsintensief?  Wat brengt goed op? Zal de teelt op tijd klaar zijn en maximaal gebruik kunnen maken van het hemelwater? Welke zones van het terrein zijn minder vatbaar voor overstroming?   Enzoverder.  De Afrikanen zeggen soms “It takes a village to raise a child”.  Wij kunnen hier bijna zeggen “It takes a village to grow a cabbage ..” 🙂.    Maar die heerlijke solidariteit zal er mede toe bijdragen dat Le Coquetier een succes wordt.
Als we iets willen planten dat snel groeit dan zijn kolen de voor de hand liggende keuze.  Maar we willen wel wat diversiteit, dus werden er ook paprika’s gezaaid en een proefveldje watermeloen.  Als onze mango’s het dan nog goed doen, hebben we een redelijk gevarieerd aanbod.  Midden in het regenseizoen wordt ook nog bissap gezaaid. Allemaal proefveldjes die ons moeten helpen te beslissen wat werkt en wat niet.  En Top zal heel wat ervaring opgedaan hebben om weer door te geven aan de talibés die de opleiding willen volgen in de komende jaren.
In België kregen we inmiddels de medewerking van Ingenieurs Zonder Grenzen (IZG).  Zij zenden ook landbouwingenieurs uit die hun kennis inzetten voor goede doelen. Het fysieke uitzenden is in dit Corona-jaar een probleem, maar de samenwerking is wel van start gegaan: de grondplannen zijn doorgestuurd en er werden kandidaten gevonden die in de nabije toekomst mee ter plaatse willen gaan kijken wat de mogelijkheden zijn. Bestuursleden Nina en Evelien kregen – na véél aandringen bij de Senegalese ambassade – vergunning om te reizen en hebben in Ndieguene zoveel mogelijk informatie vergaard over de kwaliteit van de grond en het putwater.  IZG gaf testkits mee om de kwaliteit van het water uit de put alvast te testen.  Er werden ook stalen mee teruggebracht naar België die dan hier in een labo geanalyseerd kunnen worden. Dat moet allemaal voldoende gegevens opleveren om een goede keuze te kunnen maken in de mogelijke teelten en plantschema’s. De eerste stappen op weg naar een duurzame landbouw zijn gezet.

Le Coquetier Social : Verleden, Heden en vooral … Toekomst!

Le Coquetier Social (LCS) is, naast Djardjal in Thiès en Atax in Dakar, één van de drie projecten voor bedelkinderen in Senegal die financieel mogelijk gemaakt worden door Afractie.
Het verschil met de andere projecten is dat LCS beoogt volledig zelf in de financiële middelen te voorzien die nodig zijn voor het levensonderhoud van de mensen die er werken, en bovendien bij te dragen aan het budget voor de twee andere projecten zodat minder geld in België moet ingezameld worden.
In eerste instantie leren straatjongens er vleeskippen kweken, want in visvangst zit geen toekomst meer.  Van alle vis die in Europa wordt gegeten, wordt 25 % door grote trailerboten gevangen voor de kust van Senegal.  Dit maakt de lokale visbodems kapot, want er wordt met sleepnetten gewerkt, en het resultaat is dat ongeveer de helft van de Senegalezen onzekere tijden tegemoet gaan, omdat dit hun bron van inkomsten was.  Met hun traditionele vistechnieken, en de kleine boten die ze ter beschikking hebben, volstaat de vangst vaak niet meer om het eigen gezin te voeden, laat staan om er een lucratieve handel van te maken. De visrechten werden verkocht aan het buitenland, en niet alleen aan Azië zoals vaak beweerd wordt.  Dus moet er gezocht worden naar een alternatief, zowel in het voedingspatroon als in de opleidingen.  “Geef ze geen vis, leer ze vissen” gaat niet meer op.  We leren ze kippen kweken!
LCS heeft een verschrikkelijk moeilijke startfase gekend.  In haar tweejarig bestaan is het project tweemaal bijna kopje-onder gegaan door heirkracht.  Vorig jaar maakte een zeer grillig regenseizoen de wegen onberijdbaar, waardoor de vleeskippen niet opgekocht werden.  Ongeveer 1000 slachtrijpe kippen gingen verloren, samen met een zuur vergaard startkapitaal en de inzet van enthousiaste pioniers.  Dit jaar begonnen we opnieuw.  Maar nu werden de wegen versperd door Covid 19 maatregelen, met hetzelfde resultaat.
We zijn trots op de vakbekwaamheid van Top en zijn leerjongens, en dat is wat ons telkens ervan weerhoudt om de handdoek in de ring te gooien: het potentieel is er, ze kunnen het, ze willen het doen, maar door overmacht loopt het al voor de tweede keer fout.  Nochtans is het idee zeer goed. Er wordt aan heel wat werelddoelstellingen tegelijk gewerkt, dus opgeven mag en kan gewoon niet.  We hebben hier echt de mogelijkheid om de jongens iets te bieden, waarmee ze de rest van hun leven inkomen kunnen genereren.  Een toekomst in eigen land. Dus met de moed der wanhoop doen we verder.
Leren uit je fouten.  Dat is een belangrijk punt.  We zijn het aan onze sponsors verplicht om de garantie te bieden dat ieder scenario goed doordacht is, en dat we ons uiterste best doen om een maximum uit het beschikbaar kapitaal te halen.  Sowieso werkt Afractie enkel met vrijwilligers, en blijft er geen geld in België plakken aan dure overheadkosten.  Maar ook onze core business moet goed uitgekiend zijn.  We besloten dus te diversifiëren, al eerder dan onze financiën het toelaten, maar het is een noodzaak voor het overleven van LCS.  We mogen de inkomsten niet meer alleen laten afhangen van de kippen.  En dus starten we al met de groententeelt, die eigenlijk voor een latere fase voorzien was.
Een heikel punt blijft de waterbevoorrading.  Global warming laat zich voelen en buiten het regenseizoen komt er geen water uit de kraan in ons dorp.  Onze waterput geeft water, maar niet voldoende, en het vergt een investering om die te optimaliseren.  Voorlopig vullen we waterreservoirs, die met beton ter plaatse gemaakt werden, en wordt er begoten met gieters. Het domein is echter bijna een hectare groot.  Er moeten dus een hoop irrigatieslangen aangekocht worden, de elektriciteitstoevoer moet betrouwbaarder gemaakt worden, de grond heeft een ploegbeurt nodig, er moet plantgoed komen …  en dat terwijl ons startkapitaal voor de tweede keer de mist in ging.
We deden mee aan een prestigieuze subsidiewedstrijd die door de Mondiale Raad in Mechelen georganiseerd werd, en waren ervan overtuigd dat we tussen alle andere NGO’s en Vierde Pijler organisaties een kans maakten.  Mensen met ervaring in “ontwikkelingshulp” bekeken ons dossier, en wij waren benieuwd om te zien wat zij ervan vinden.  En gelukkig blijkt dat wij niet de enigen zijn die denken dat ons plan goed doordacht is…