Van onze projectverantwoordelijke in ATAX kregen we volgende tekst doorgestuurd. Het geeft een interview weer dat hij had met één van de talibés die veel in het project komt en er ook meehelpt. Omwille van de privacy hebben we zijn naam weggelaten. De foto’s zijn van anonieme talibés.

Toen ik 10 jaar was, heb ik besloten dat ik de Koran wilde leren. Eén van mijn ooms heeft mij meegenomen naar Saint Louis, waar ik mijn studies begon in een daara. Na aankomst daar heb ik 3 dagen gehuild, omdat ik terug naar huis wilde, en niet goed begrepen had wat het inhield om de Koran te leren. Maar enkele leeftijdsgenoten hebben mij aangemoedigd, en mij gezegd dat ik wel vlug zou wennen aan mijn nieuwe leven.
Al snel maakte ik kennis met een mevrouw die mij onder haar hoede nam en voor mij zorgde alsof ik haar zoon was. Elke ochtend verliet ik de daara om bij haar te gaan ontbijten, ze verzorgde ook de andere maaltijden. Dat deed ze niet alleen voor mij, maar ook voor 15 andere talibés. (ik heb trouwens recent vernomen dat deze mevrouw overleden is, en ik probeer nu naar Saint Louis te reizen, om haar familie te condoleren). Door de relatie met deze mevrouw miste ik mijn moeder minder, ze zorgde ook dat ik altijd kleren en schoenen had. Soms kon ik bij haar ook tv kijken. Op de dag dat ik de Koran volledig kende, heeft ze een feest gegeven voor mij, en een schaap laten slachten, zoals iedere ouder zou doen voor een eigen zoon.
Een talibé had meestal meerdere “onthaalgezinnen” : eentje voor het ontbijt, eentje om de kleren te wassen, eentje voor het middagmaal .. Ik was een van de slimste leerlingen in de daara. Een doorsnee dag in de daara zag er als volgt uit :
- om 5u ‘s ochtends opstaan om te bidden en de Koran te leren, tot 7u
- gaan bedelen
- om 9u de Koranlessen hervatten, tot 14u
Op dat ogenblik werd er niet gebedeld voor eten, omdat ieder kind wel ergens terecht kon in één of ander gezin voor eten. Heel wat gezinnen voorzien een extra kom rijst, voor onverwachte reizigers of voor een talibé, dat behoort tot de lokale gewoontes.
- van 15u tot 17u hervatten we de Koranlessen
- na de lessen waren we vrij om in het Lyceum te gaan voetballen. Wat ik vooral heel leuk vond, was dat onze marabout soms met ons mee ging voetballen, vooral in periodes dat het koud was (nvdr : de temperatuur daalt nooit onder de 25 °c).
- om 19u gingen we ons wassen in de daara, daarna gingen we naar onze onthaalgezinnen voor het avondeten
- om 20u verzamelden we terug in de daara, maar omdat daar geen stroom is, zochten we plekken in de stad waar we van de openbare verlichting gebruik konden maken om onder het toezicht van de marabout verder de Koran te bestuderen. Kinderen die in slaap vielen, werden met water overgoten, zodat ze verder konden leren tot middernacht.
Van woensdagavond tot donderdagavond hadden we geen Koranlessen. Van die dag maakten we gebruik om onze kleren te wassen en te spelen. Vrijdags gingen we overal onze Koranverzen opzeggen (nvdr : men gaf hen dan een centje).
Ik heb zeer veel geleerd in de daara. Vooral : hoe ik meester kon blijven over mezelf, want vaak regeert het recht van de sterkste. Ik heb altijd oplossingen gevonden om te ontsnappen aan de druk van jongens die sterker waren dan ikzelf. Als de marabout getuige was van gevechten of verwondingen, kregen de betrokkenen 10 stokslagen, maar ondanks die regel werd er toch nog gevochten. Saint Louis is een religieus oord, waar talibés zich het best voelen, zelfs voorbijgangers komen tussen om gevechten te beëindigen.

Hervatting van het interview, de dag nadien :
Na het gesprek met mijn moeder ben ik drie dagen flink ziek geweest. En kort daarna is zij dus gestorven. De marabout was op de hoogte van haar dood, maar zei me niets, omdat hij bang was dat ik het zou begeven. Na enkele dagen heeft hij mij toch op de hoogte gebracht. Samen met de andere jongens in de daara, hebben we een bidstonde georganiseerd ter nagedachtenis. Ik ben voor een week terug gereisd naar Guinée Bissau. De mensen daar herkenden me niet meer. Toen ik naar het graf van mijn moeder vroeg, beseften ze wie ik was, enkelen van hen braken in tranen uit. Ik bracht de nacht door bij haar graf.
In die periode vernam ik ook dat de man die beweerde mijn vader te zijn, eigenlijk mijn oom was. Mijn echte vader had een heel zwakke gezondheid, hij kon niet lopen, en eigenlijk was er niemand om zich over hem te ontfermen. Dus bleef ik in Guinée Bissau om bij hem te zijn. Hij stierf op 20 augustus 2009, na een maand keerde ik terug naar Saint Louis. Sindsdien zwerf ik heen en weer tussen mijn geboorteland en Senegal, omdat ik nog kleinere broertjes en zusjes heb voor wie ik mee wil zorgen. Op een keer heb ik gevochten met mijn oom, omdat hij mijn broertjes mishandelde. Hij heeft me verwond met een mes om me te verjagen.

Er is nog veel werk aan de winkel om het hele bedelsysteem van de talibés af te schaffen, en ik denk dat Senegal en Guinée veel moeten doen voor de kinderen. Ik maak Rap muziek, en al mijn liedjes hebben dit probleem als onderwerp.